John Reece

John Reece werd geboren op 3 september 1853 in Stanstead County, Canada. Al op jonge leeftijd bleek hij technisch buitengewoon begaafd. Nog vóór zijn twintigste zou hij een compleet pijporgel hebben gebouwd en geïnstalleerd in een kerk in Vermont, Canada, waar hij destijds woonde.
Reece volgde een technische opleiding en maakte van zijn talent zijn beroep. Hij repareerde naaimachines, zowel voor huisvrouwen als voor industriële bedrijven. In die periode waren er al veel kledingfabrieken waar met naaimachines werd gewerkt, maar knoopsgaten werden nog altijd met de hand genaaid. Hoewel er toen al meer dan achttien patenten op knoopsgatenmachines bestonden, was er nog geen echt bruikbaar model ontwikkeld.
Op achttienjarige leeftijd begon John Reece samen met O. Morill een kleine ijzergieterij en mechanische werkplaats in Rock Island, Canada. Twee jaar later verkocht hij al zelfgebouwde naaimachines die, volgens tijdgenoten, bekendstonden om hun hoge kwaliteit.
Met deze stevige basis begon hij aan een ambitieus project waar hij al lang mee rondliep: het ontwikkelen van een betrouwbare knoopsgatenmachine. Zijn grote inzicht lag in het besef dat zo’n machine niet alleen automatisch het knoopsgat moest kunnen naaien, maar het ook gelijktijdig moest kunnen opensnijden, een toen baanbrekend idee.
Na jaren van ontwikkeling slaagde John Reece erin om een volledig functionerende knoopsgatenautomaat te bouwen, deze machine kwam bekend te staan als de Reece J Machine. Voor deze revolutionaire uitvinding werd hem op 26 april 1881 het Amerikaanse patent nr. 240.256 toegekend. Daarmee legde hij de basis voor een technisch hoogstandje dat de productie van kleding blijvend zou veranderen.
Reece Button-Hole Sewing Machine Co.


De succesvolle ontwikkeling van de knoopsgatenmachine bleef niet onopgemerkt. Al snel bleek er ook zakelijk veel potentie in te zitten. Dit leidde in 1881 tot de oprichting van een gespecialiseerde onderneming: de Reece Button-Hole Sewing Machine Co.
Het bedrijf werd officieel geregistreerd in Portland, Maine (USA), terwijl de productie van de machines van start ging in gehuurde werkruimtes in Boston. Daarmee was niet alleen een technisch meesterwerk geboren, maar ook een succesvolle onderneming die de industrie blijvend zou beïnvloeden.

Het eerste gebouw anno 1881.
Het gebouw waarin de Reece-machines aanvankelijk werden geproduceerd, heeft nog een bijzondere historische betekenis: ook Alexander Graham Bell werkte hier aan de ontwikkeling van de telefoon. Volgens sommige bronnen zou Bell zelfs samengewerkt hebben met John Reece aan andere technische innovaties.
In 1883 werd een tweede onderneming opgericht: de International Button Hole Sewing Machine Company. Het doel van dit bedrijf was specifiek het beheren van leaseovereenkomsten voor de Reece knoopsgatenmachines. Omdat deze geavanceerde machines erg kostbaar waren, bood het leasemodel kledingfabrikanten de mogelijkheid om ze te huren in plaats van aan te schaffen. Zo konden zij toch beschikken over deze revolutionaire technologie, zonder grote investeringen te hoeven doen.


Het nieuwe gebouw, 1896.
De grote zakelijke doorbraak volgde in 1893, toen de Reece knoopsgatenmachine een prestigieuze prijs won op de Wereldtentoonstelling in Chicago. Deze internationale erkenning gaf het bedrijf niet alleen aanzien, maar ook het vertrouwen én de middelen om verder te groeien.
Slechts drie jaar later, in 1896, kon men een grote en voor die tijd zeer moderne productiehal bouwen. Deze nieuwe fabriek markeerde het begin van een periode van schaalvergroting en technische verfijning en bevestigde de leidende positie van Reece in de wereld van industriële naaimachines.
De feestelijke opening van de nieuwe fabriek in 1896 kreeg echter een tragische wending. Op 31 maart 1896 overleed John Reece, de oprichter en uitvinder, op tragische wijze. Volgens overlevering probeerde hij een werknemer te helpen die dreigde te vallen. Daarbij kwam hij zelf ten val, met fatale gevolgen.
John Reece werd bijgezet in het familiegraf in Boston. Zijn overlijden liet een groot gemis achter, maar zijn nalatenschap leeft voort in de technische vooruitgang die hij mogelijk maakte en de industriële standaard die hij hielp zetten.


Het familiegraf op Spruce Avenue in Boston is een sculptuur van William Ordway Partridge (1861-1930).
In de tussentijd bereikte de, van John Reece ontwikkelde, knoopsgatenmachine steeds meer succes. Deze Reece J machine haalde in 1900 op de wereldtentoonstelling in Parijs de “Grand Prix de Paris” voor het gehele bereik van de techniek.
Rechts de Grand Prix Paris


De volgende grote zakelijke doorbraak komt na 1908. Sinds het begin van de 19e eeuw ontstonden overal nieuwe fabrieken, waarin de kleding en schoeisel in grote aantallen vervaardigd werden. In 1908 komt dan de “High Speed Shoe Machine” uit. De steekvorming is gelijk aan de Reece J maar deze heeft al twee aandrijfschijven en is veel sneller.
Links de "High Speed Shoe Machine"
De Reece-Stitch


In 1908 verscheen het oermodel van de Reece oogknoopsgatenmachine, onder de naam “Hand-Hole”. Deze vernieuwde machine maakte gebruik van grijpers en spreiders, waarmee de karakteristieke steek uiterst nauwkeurig en stevig werd gevormd een techniek die tot op de dag van vandaag wordt toegepast.
De steek kreeg de naam “Reece Stitch” en groeide uit tot een internationale standaard. In veel landen werd deze steek zelfs officieel voorgeschreven voor gebruik in uniformen en andere representatieve kledingstukken, dankzij de duurzaamheid en nette afwerking die het oplevert.
Rechts de knoopsgaten in diverse vormen uit die tijd gemaakt met een Reece machine.


In 1910 komt Reece met een knoopaanzet automaat waarmee volgens opgave 18 knopen in 30 seconden aangezet zouden kunnen worden. Zie hier links.
De Reece Rapid
Inmiddels had ook de schoenindustrie de knoopsgatenmachine ontdekt. Schoenen en halfhoge laarzen werden destijds hoofdzakelijk met knoopsluitingen gemaakt. Reece speelde snel in op deze bijzondere behoefte. In 1915 komt hiervoor de “Reece Rapid” uit, deze machine werkt weer met het 2 naalden systeem zoals de Reece J. Deze Rapid heeft ook een draad afsnijder en een soort ingebouwde luchtpomp die bij elke steek koele lucht rond de naald blaast.

Rond 1920 raakte de sluiting met knopen en knoopsgaten aan schoenen langzaam uit de mode. Voor Reece, dat sterk afhankelijk was van deze markt, betekende dit een grote uitdaging. Alleen al in de stad Troyes (Frankrijk) verhuurde het bedrijf aan drie fabrikanten in totaal zo’n 600 knoopsgatenmachines, goed voor een gezamenlijke dagproductie van vijf miljoen knoopsgaten.
Om dit verlies te compenseren, besloot Reece zijn afzetgebied drastisch uit te breiden. Vanaf 1920 werden wereldwijd verkoopvestigingen geopend en werden ook zelfstandige vertegenwoordigers aangesteld om nieuwe markten aan te boren.
De volgende grote technologische sprong volgde in 1935, met de introductie van de Reece 101. Deze machine, deels vervaardigd uit gietijzer en deels uit aluminium, was niet alleen aanzienlijk sneller, maar ook veel betrouwbaarder dan eerdere modellen. De Reece 101 werd zó succesvol, dat hij jarenlang in onveranderde vorm werd geproduceerd een teken van zijn technische kwaliteit en tijdloze ontwerp.


Rond 1940 komt de “Reece S1” een eendraads kettingsteekmachine uit, maar o.a. vanwege de 2e wereldoorlog wordt deze machine geen succes.
Na 1945 komt dan de “Reece S2” uit, ook een eendraads kettingsteek maar erg snel en zeer betrouwbaar, deze machine is nog steeds een groot succes. Zie links.
De Reece "Piped Buttonhole"


In 1952 komt Reece met de “Reece PB”. (Piped Buttonhole). Zoals men destijds zei “The Machine that couldn’t be built”.
Men had niet verwacht dat er ooit een machine zou komen die gepaspeleerde knoopsgaten zou kunnen maken. Bij deze machine zijn alle technieken gebruikt die destijds voorhanden waren, zoals hydrauliek, elektrotechniek en mechanica etc..
Een wonder van de techniek en de machine wordt wel de voorloper van de latere naaiautomaten genoemd. Uiteraard werd deze machine ook weer verhuurd.
In 1958 komt de ”Reece PW” voor het maken van gepaspeleerde zakken uit, hierin ook weer erg veel techniek zoals bij de PB maar nu ook met pneumatiek

Rond 1950 komen er vanwege de sterk gestegen aanvragen drie nieuwe productiebedrijven bij, twee in Amerika en ook één in Leiden. Van 1959 tot 1994 zijn in Leiden Reece knoopsgatenmachines gebouwd. De machines konden daar ook gereviseerd worden en zijn dan herkenbaar aan de ingeslagen letters RB. (Rebuild)
Helaas heb ik alleen nog maar deze personeelsadvertenties kunnen vinden van de vestiging in Leiden.


AMF en de Floating Needle
Reece wist, in tegenstelling tot veel andere bedrijven, het zogeheten “Grosse Firmensterben” in Duitsland te overleven en bestaat tot op de dag van vandaag. Het bedrijf ging eerst een samenwerking aan met AMF, waarna beide later fuseerden met Minerva.

AMF stond bekend om zijn imitatie-handsteekmachines, die bijvoorbeeld werden gebruikt om de revers van een colbert door te stikken. Deze machine werkte met een bijzondere naald met twee punten en een oog in het midden, een concept dat al in 1755 door Charles Frederic Weisenthal werd gepatenteerd.
AMF noemde dit het “Floating Needle”-systeem. Daarbij wordt de naald door de stof gedrukt, vanonder vastgepakt, boven weer losgelaten, vervolgens vanboven vastgepakt en onder weer losgelaten en zo gaat het proces voortdurend door. Dit zorgde voor een bijzonder nette en gelijkmatige steek, die de uitstraling van handwerk benaderde.
Links: AMF “Floatingneedle” machine
Rechts: AMF met open kap waardoor details beter zichtbaar


In 1960 introduceerde AMF ook een knoopaanzetmachine die werkte volgens hetzelfde Floating Needle-principe. Het grote voordeel van deze techniek was dat knopen net zo stevig werden vastgezet als bij handmatig naaien, waardoor loslatende knopen praktisch tot het verleden behoorden.
Minerva, waarmee AMF Reece later samenwerkte, is een gerenommeerde naaimachinefabriek die al sinds 1871 bestaat. Tegenwoordig is de hoofdvestiging van AMF Reece gevestigd bij de Minerva-fabriek in Tsjechië, waar de traditie van technische innovatie wordt voortgezet.
Reece Vestigingen
Links: C.H. Verbeek Amsterdam
Rechts: Reece Parijs, sinds 1920.


Links: London sedert 1914
Rechts: Berzack Bros, Johannesburg


Links: Fritz Zellweger, Zürich
Rechts: Reece Frankfurt, 1935


Mijn Reece J. Knoopsgatenmachines



Links: Sterk vergrote afbeelding van de ondernaald.
Rechts: Naald voor en achter.


Links: Afstelling van een Reece Rapid, voor dit deel gelijk aan de Reece J.
Rechts: Naalddoosje.


